In het kort
Een driehoekig zeil heeft drie hoeken en drie randen. De hoeken heten tophoek, halshoek en schoothoek; de randen heten voorlijk, achterlijk en onderlijk. Een grootzeil heeft daarnaast vaak zeillatten, een of meer reefrijen en een cunningham. Met die woorden geef je precies aan wat je wilt, of waar een zeil schade heeft.
Hoe heten de hoeken van een zeil?
De bovenste hoek heet de tophoek, de voorste onderhoek de halshoek en de achterste onderhoek de schoothoek. Aan de tophoek zit de val waarmee je het zeil hijst. De halshoek zit vast aan de mast of aan het dek. Aan de schoothoek zit de schoot waarmee je het zeil bijzet.
In de tophoek van een grootzeil zit vaak een topplank: een stijve plaat die het zeil bovenin breder maakt en de hoek in vorm houdt. Een gaffelzeil heeft vier hoeken in plaats van drie. Daar heet de bovenhoek aan de mast de klauw en de hoek aan het uiteinde van de gaffel de piek. Meer daarover lees je in gaffelzeil en gaffeltuig.
Wat zijn voorlijk, achterlijk en onderlijk?
Het voorlijk is de voorste rand van het zeil, het achterlijk de achterste en het onderlijk de onderste. Bij een grootzeil loopt het voorlijk langs de mast en het onderlijk langs de giek. Bij een voorzeil, zoals een fok of een genua, loopt het voorlijk langs de voorstag.
Het achterlijk is de vrije rand, en daar zie je het eerst als een zeil moe wordt: het gaat klapperen of krult naar binnen. Een reguleerlijn in het achterlijk houdt het rustig. Het woord lijk komt van het lijktouw dat vroeger langs de rand van een zeil werd genaaid.
Voor het onderlijk van een grootzeil kies je een losse broek, waarbij het zeil alleen in de hals- en schoothoek aan de giek vastzit, of een shelf-foot: een strook doek die het onderste deel van het zeil meer vorm geeft. Bij een grootzeil van Hagoort Sails zit een van de twee standaard in de uitvoering.
Waar dienen zeillatten voor?
Zeillatten houden het achterlijk in vorm. Ze zitten in latzakken en zorgen ervoor dat het zeil achterin meer oppervlak kan hebben zonder te klapperen. Een standaard grootzeil heeft korte latten in het achterlijk. De bovenste een of twee latten kun je doorlopend laten maken, of je kiest voor een volledig doorgelat grootzeil met latten van achterlijk tot voorlijk.
Bij een rol grootzeil in de mast werken we met verticale latten, omdat horizontale latten niet mee kunnen rollen.
Speel de video "Hoe werken de zeillatten?" af, 1:56 minuten
Wat is een reefrij?
Een reefrij is een rij reefogen en reefpunten waarmee je het grootzeil kleiner maakt. Je strijkt het zeil een stuk, zet het reefoog in het voorlijk vast als nieuwe halshoek en trekt het reefoog in het achterlijk naar de giek als nieuwe schoothoek. Hoe dat in de praktijk gaat, lees je in reven.
Wat doen de cunningham en de reguleerlijn?
Met de cunningham trek je het voorlijk van het grootzeil strakker naar beneden. Daarmee schuift de bolling in het zeil naar voren, wat helpt als de wind toeneemt. De cunningham loopt door een oog in het voorlijk, iets boven de halshoek.
De reguleerlijn loopt door het achterlijk en zet je net zo strak dat de rand niet meer zoemt of klappert. Hoe je deze en andere trimlijnen gebruikt, lees je in zeilen trimmen.
Mast, giek, voorstag en schoten
Het grootzeil staat aan de mast en de giek, een voorzeil aan de voorstag. Met de val hijs je een zeil, met de schoot zet je het bij. Een kluiver is een voorzeil dat voor de fok staat, op schepen met een boegspriet of een kluiverboom; je ziet hem vooral op traditionele schepen.
Twijfel je hoe iets heet? Een foto zegt ook veel. Stuur die gerust mee met je aanvraag of met je vraag over een reparatie.
Bekijk alle type zeilen Offerte aanvragen
Over de auteur
Lars van Stekelenborg, directeur-eigenaar
Leidt Hagoort Sails sinds 2024, werkt al jaren zelf in de zeilmakerij en zeilde op topniveau in de 49er, de VO65 en de 69F.



