In het kort
Trimmen is het afstellen van je zeilen op de wind. Begin met de schoot: vier het zeil tot het voorlijk begint te killen en trek het dan net zo ver aan dat het killen stopt. Lees daarna de tell-tales: waaien ze aan beide kanten rustig naar achteren, dan staat het zeil goed. Met de cunningham, de uithaler, de neerhouder en het schootpunt verander je de vorm van het zeil voor meer of minder wind.
Wat vertellen tell-tales je?
Tell-tales zijn draadjes of lintjes op het zeil die laten zien hoe de lucht langs het doek stroomt. Op een voorzeil zitten ze vlak achter het voorlijk, aan beide kanten. Waaien ze allebei rustig naar achteren, dan staat het zeil goed.
Klappert de tell-tale aan de loefzijde, dan staat het zeil te los of stuur je te hoog: trek de schoot iets aan of val iets af. Klappert de tell-tale aan de lijzijde, dan staat het zeil te strak of stuur je te laag: vier de schoot of loef iets op.
Op het grootzeil zitten tell-tales meestal aan het achterlijk. Waaien ze naar achteren, dan stroomt de lucht netjes van het zeil af. Verdwijnt de bovenste achter het zeil, dan staat het achterlijk te dicht: vier de grootschoot een stukje. Elk grootzeil en voorzeil van Hagoort Sails heeft nylon tell-tales en twee trimstrepen.
Hoe stel je de schoot in?
De schoot is je belangrijkste trimlijn. Aan de wind trek je hem aan tot de tell-tales goed staan; hoe ruimer de koers, hoe verder je het zeil viert. Een eenvoudige regel: vier het zeil tot het voorlijk begint te killen en trek het daarna net zo ver aan dat het killen stopt. Dan staat het zeil zo open als kan en trekt het het hardst.
Waar hoort de bolling te zitten?
De bolling is de diepte van het zeil. Bij weinig wind wil je een voller zeil voor meer kracht, bij veel wind een vlakker zeil, zodat het schip minder helt. De diepste bolling hoort net voor het midden van het zeil te liggen; de trimstrepen laten zien waar die zit.
Schuift de bolling naar achteren, bijvoorbeeld omdat het doek is uitgerekt, dan gaat het schip meer hellen en loopt de roerdruk op. Dat is een van de signalen dat een zeil aan vervanging toe is, zie nieuw of tweedehands zeil. Een vormvast doek houdt de bolling langer op zijn plek; lees daarover dacron, laminaat of membraan.
Wat doen cunningham, uithaler en neerhouder?
Met deze drie lijnen verander je de vorm van het grootzeil. De cunningham en de valspanning trekken het voorlijk strakker en schuiven de bolling naar voren. De uithaler trekt het onderlijk naar achteren en maakt het zeil onderin vlakker. De neerhouder trekt de giek naar beneden en houdt het achterlijk gesloten, vooral op ruimere koersen, waar de grootschoot de giek niet meer omlaag trekt.
De reguleerlijn in het achterlijk zet je net zo strak dat het achterlijk niet meer zoemt of klappert. Te strak maakt het achterlijk hol, en dat remt.
Hoe zet je het schootpunt van het voorzeil?
Het schootpunt bepaalt in welke richting de schoot aan het voorzeil trekt. Staat het te ver naar voren, dan trekt de schoot vooral aan het achterlijk en sluit het zeil bovenin te veel. Staat het te ver naar achteren, dan trekt hij vooral aan het onderlijk en waait het zeil bovenin open.
Goed afgesteld gaan de tell-tales boven, in het midden en onder tegelijk killen als je langzaam oploeft. Rol je de genua deels in, schuif het schootpunt dan naar voren.
Trimmen in de praktijk zien
Wil je dit met je zeilvereniging in het echt zien? Hagoort Sails geeft lezingen in de zeilmakerij, met een rondleiding door de loft en een les basis zeiltrim. En past je zeil niet meer bij hoe je wilt varen, dan denken we graag mee over een nieuw zeil.
Bekijk het grootzeil Offerte aanvragen
Over de auteur
Lars van Stekelenborg, directeur-eigenaar
Leidt Hagoort Sails sinds 2024, werkt al jaren zelf in de zeilmakerij en zeilde op topniveau in de 49er, de VO65 en de 69F.



